Aeneis 8.729–731 – Aeneas neemt het schild in ontvangst

Na de uitgebreide beschrijving van het nieuwe schild krijgen we in de laatste drie versregels van boek VIII te horen wat Aeneas’ reactie erop is.

Latijnse tekst

         Talia per clipeum Volcani, dona parentis,
730  miratur rerumque ignarus imagine gaudet
attollens umero famamque et fata nepotum.

Vragen

  1. Regel 729-730 Talia t/m miratur (MM59)
    Deze woorden sluiten de beschrijving van het schild af en vormen een ringcompositie met 617-619. Licht dit toe.
  2. Regel 731 attollens t/m nepotum (MM60)
    Welk symbolische betekenis heeft dit gebaar van Aeneas?
  3. Regel 675-731 (MM62) 
    Na welk jaar moet Vergilius deze passage geschreven hebben? Licht je antwoord toe.
  4. Regel 626-731 (MM63) 
    Welke drie thema’s kun je onderscheiden in de afbeeldingen op het schild?

Vertaling

         Talia per clipeum Volcani, dona parentis,
730  miratur rerumque ignarus imagine gaudet
attollens umero famamque et fata nepotum.

Dergelijke dingen overal op het schild van Vulcanus, het geschenk van zijn moeder,
verwondert hij zich over en onbekend met de dingen verheugt hij zich over de afbeelding,
terwijl hij op zijn schouder de roem en lotgevallen van zijn nakomelingen tilt.

  • talia - verwijst naar alle voorafgaande voorstellingen op het schild.
  • Volcanus - Vulcanus, archaïsme
  • clipeum Volcani, dona parentis - parallelisme, Vergilius noemt nog even de twee die het mogelijk hebben gemaakt: Volcanus en Venus.
  • miratur - zelfde woord als in het begin werd gebruikt, toen Aeneas nog maar net zijn wapenuitrusting zag in r. 619, we zijn nu weer terug bij Aeneas dus.
  • rerum ignarus - Aeneas weet al deze dingen nog niet, hij leeft tenslotte ver voor dit allemaal gebeurt. De beschrijving is dan ook aan de hand van Vergilius, voor Aeneas is het allemaal ....
  • attollens umero - niet zomaar op zijn schouder, ook figuurlijk, en ook zijn vader Anchises hierop gedragen toen ze uit Troje vluchtten.
  • famam ... fata - soort alliteratie en lijken ook op elkaar, waardoor de woorden roem en lotgevallen worden verbonden. Tevens een hendiadys: een woordgroep wordt dan in twee losse woorden uitgedrukt, het zou eigenlijk roemrijke lotgevallen moeten zijn.

Antwoorden op de vragen

  1. Regel 729-730 Talia t/m miratur (MM59)
    Deze woorden sluiten de beschrijving van het schild af en vormen een ringcompositie met 617-619. Licht dit toe.
    Talia verwijst afsluitend naar alle voorafgaande scenes en de persoonsvorm is weer miratur, net als in 617-619, toenAeneas zijn wapenrusting voor het eerst bewonderde; dona (parentis) verwijst naar don is in 617.
  2. Regel 731 attollens t/m nepotum (MM60)
    Welk symbolische betekenis heeft dit gebaar van Aeneas?
    Dit gebaar is symbolisch voor het feit dat hij de verantwoordelijkheid voor de toekomst van de zijnen op zijn schouders neemt en daarmee de basis legt voor de toekomst van Rome, zoals afgebeeld op het schild.
  3. Regel 675-731 (MM62) 
    Na welk jaar moet Vergilius deze passage geschreven hebben? Licht je antwoord toe.
    Na 27 v.Chr., het jaar waarin Octavianus de titel Augustus verkreeg.
  4. Regel 626-731 (MM63) 
    Welke drie thema’s kun je onderscheiden in de afbeeldingen op het schild?
    1 de vroege geschiedenis van Rome
    2 de Slag bij Actium
    3 de drievoudige triomf van Augustus

Romeinse kalender

Vergilius

» Over Vergilius
» Aeneis
» Ecloga
» Georgica