Vergilius

Publius Vergilius Maro (70–19 v. Chr.), beter bekend als Vergilius, was een van de grootste dichters van het Romeinse Rijk. Zijn bekendste werk is de Aeneis, het nationale epos van Rome, dat beschrijft hoe de Trojaanse prins Aeneas het brandende Troje ontvlucht en na zijn rondzwervingen door de Middellandse Zee de stamvader van de Romeinen wordt. Hij leefde tijdens de overgang van de republiek naar het keizerrijk, en de invloed van deze tumultueuze tijd is duidelijk in zijn werken terug te vinden.

Ga direct naar de Aeneis

Biografie

Het leven van Vergilius is vastgesteld dankzij de werken van verschillende tijdgenoten, maar ook door Vergilius’ eigen werk. Ook is er een biografie van Vergilius uit de oudheid bekend, maar het is onbekend in hoeverre deze de historische waarheid weerspiegelt.

Publius Vergilius Maro werd geboren op 15 oktober in het jaar 70 v. Chr. in een klein dorpje in de buurt van Mantua, in de Romeinse provincie Gallia Cisalpina (het huidige Noord-Italië). Zijn ouders waren van eenvoudige komaf; zijn vader had een boerderij.

Over de precieze financiële gesteldheid van Vergilius’ ouders verschillen de meningen, duidelijk is in ieder geval dat ze rijk genoeg waren om hun zoon een goede opleiding te geven. Deze begon in Cremona en daarna in Mediolanum (Milaan), waar hij onderwijs kreeg van de grammaticus in de Griekse en Latijnse literatuur. Zo leerde hij onder andere de werken van Homeros en Ennius kennen.

In 55 v. Chr. vertrok Vergilius naar Rome om retorica te studeren, zoals elke welgestelde Romeinse jongen. Deze opleiding diende als voorbereiding op een carrière in de politiek, maar voor Vergilius was zo’n toekomst niet weggelegd. Ten eerste was hij totaal niet geïnteresseerd in het vakgebied, maar het hielp waarschijnlijk ook niet mee dat hij bekend stond als een fysiek zwak en verlegen persoon. Hij heeft naar verluid maar een keer ― zonder hierin succesvol te zijn ― als advocaat opgetreden.

In 49 v. Chr. vertrok naar Napels om filosofie te studeren bij Siro, die de Epicurische leer onderwees. In deze tijd begon Vergilius met het schrijven van gedichten. Een aantal hiervan mogelijk is overgeleverd in een gedichtenbundel die de Appendix Vergiliana (‘Vergiliaans aanhangsel’) wordt genoemd, maar tegenwoordig wordt van de meeste of zelfs alle gedichten gedacht dat ze niet door Vergilius zijn geschreven. Zeker is dat Vergilius vanaf 42 v. Chr. geheel aan de poëzie wijdde, hij was toen 28 jaar oud.

In 42 v. Chr. werd ook de Slag bij Philippi gevochten, waar Marcus Antonius en Octavianus hun tegenstanders Brutus en Cassis, die in twee jaar eerder Caesar hadden vermoord, definitief versloegen. Nu de burgeroorlog aan het einde was gekomen, kregen de soldaten die mee hadden gevochten een stukje land tijdens de zogenaamde akkerverdelingen van 41 v. Chr. De nieuwe heerser, Octavianus, vond het namelijk een van zijn taken om de landbouw te stimuleren, nadat deze door de burgeroorlogen was verwaarloosd. Hierbij werd ook het landgoed van Vergilius’ familie aan veteranen afgestaan. Ondanks dat hij direct betrokken was bij de burgeroorlogen, heeft Vergilius dus de gevolgen ervan persoonlijk meegemaakt, wat duidelijke sporen in zijn werken heeft achtergelaten.

In 39 v. Chr. publiceerde Vergilius zijn eerste werk, de Bucolica (‘Herderszangen’), ook wel bekend als de Ecloga (‘Uitgezochte Gedichten’). Het gaat om een bundel van tien herdersgedichten, waarin hij het idyllische herdersleven in het denkbeeldige Arcadia succesvol weet te vermengen met een de actuele gebeurtenissen van die tijd, zoals de moord op Caesar en de eerder genoemde akkerverdelingen. Het bekendste gedicht is Ecloga 4, waarin Vergilius de geboorte van een kind voorspeld met wie de komst van het Gouden Tijdperk zal terugkeren, waarbij zondes worden verbannen en vrede wordt hersteld. De Christenen zagen hier later een aankondiging van hun Messias in, wat Vergilius de status van een soort heidense ziener heeft opgeleverd.

Al tijdens het schrijven van de Bucolica trok Vergilius de aandacht van Maecenas, een welgestelde Romein die verschillende dichters sponsorde. Naast Vergilius sponsorde Maecenas bijvoorbeeld ook Horatius, waarmee Vergilius een hechte vriendschap had. Maecenas was verder goed bevriend met Octavianus, en introduceerde Vergilius dan ook tot de keizerlijke kringen. Toen Octavianus later alleenheerser werd en de naam Augustus kreeg, werd Maecenas een soort minister van cultuur. De dichters van zijn kring ondersteunden daarbij het nieuwe cultuurbeleid van Augustus, dat gericht was op het herstel van de traditionele Romeinse normen en waarden.

In 29 v. Chr. publiceerde Vergilius de Georgica (Boerenzangen), dat hij aan Maecenas had opgedragen. De Georgica is een leerdicht over het boerenbedrijf, waarin in vier boeken achtereenvolgens de akkerbouw en het weer, de bos- en wijnbouw, de veeteelt en de bijenteelt worden besproken. In het werk ligt de nadruk op de noodzaak van het voortdurende harde werk, de zogenaamde labor, dat bij het boerenleven hoort. De strijd die de boer met de natuur voert staat hier symbool voor het mensenleven in het algemeen. Maar ook het geluk van het eenvoudige boerenleven en de liefde voor het land in een wereld ver verwijderd van oorlog staan centraal het werk.

Deze boodschap komt overeen met het beleid van Octavianus, die de in vergetelheid geraakte landbouw wilde stimuleren, maar nog meer met de idealen: eenvoudig geluk, respect voor de goden, een arbeidzaam bestaan in een wereld vrij van oorlog.. Gezien Vergilius’ plaats in de dichterskring van Maecenas zijn deze overeenkomsten niet zo vreemd.

Vergilius had zeven jaar (36 tot 29 v.Chr.) aan zijn gedichten gewerkt, waarbij hij zich had ingelezen in de beschikbare Griekse en Latijnse vakliteratuur. Maar het werk is meer dan een leidraad voor het houden van een boerderij, of zoals Seneca het heeft omschreven, “nec agricolas docere voluit sed legentes delectare.” (“hij heeft niet boeren willen onderwijzen, maar de lezers vermaken.”) De tekst is vol uitweidingen, zoals naar de mythe van Orpheus en Eurydice in het boek over de bijenteelt, zodat het ook voor de lezers uit de hogere kringen interessant was om te lezen. Na publicatie ervan in 29 v.Chr. gold Vergilius als Romes grootste dichter.

Het werk was geschreven tijdens de politieke onrust van de burgeroorlog tussen Marcus Antonius en Octavianus, die in 31 v. Chr. bij de Slag van Actium door Octavianus werd gewonnen. Na deze overwinning was er hoop dat Octavianus een einde zou maken aan de burgeroorlogen die Rome al tientallen jaren bezig hielden en de vrede zou herstellen. In het eerste boek van de Georgica wordt Octavianus neergezet als een toekomstige godheid en als een mogelijke redder, in het derde boek kondigt Vergilius zelfs aan een epos ter ere van Octavianus te gaan schrijven.

In 29 v. Chr. begint Vergilius aan dit epos, dat tevens zijn beroemdste werk zou worden: de Aeneis. Het kan gezien worden als het nationale epos van de Romeinen, dat het verhaal vertelt van de Trojaanse held Aeneas, die na de val van Troje over de Middelandse Zee rondzwerft om uiteindelijk in Italië een stad te stichten en daarmee de stamvader van de Romeinen te worden. In de Aeneis wordt via voorspellingen en beschrijvingen verschillende keren ingegaan op de burgeroorlogen en de overwinning van Octavianus, die inmiddels als Augustus door het leven ging. Vergilius weet hierdoor op succesvolle wijze de mytologische oorsprong van de stad Rome en de geschiedenis van de burgeroorlogen in een werk met elkaar te verbinden.

Vergilius had in die tijd al zijn reputatie als een groot dichter gevestigd en de Romeinen wachten vol spanning op zijn werk, wat onder andere blijkt uit een opmerking van tijdgenoot Propertius uit de periode dat Vergilius aan het schrijven was: “nescio quid maius nascitur Iliade” (“iets grootser dan de Ilias is in de maak”). Maar Vergilius nam zijn tijd: hij had het verhaal eerst in proza geschreven, om het vervolgens regel voor regel in verzen in de dactylische hexameter om te zetten. Ook Augustus stond te popelen om iets van de Aeneis te vernemen, uiteindelijk heeft Vergilius de boeken 2, 4 en 6 aan hem voorgelezen.

In 19 v. Chr. reisde Vergilius naar Griekenland om de Aeneis verder te herzien en bij te werken. Het verhaal gaat dat hij in Athene door Augustus werd overtuigd om terug te keren naar Italië. Tijdens een hete dag sightseeing in Megara liep hij een zonnesteek op, maar desalniettemin waagde hij de overtocht naar Italië. Tijdens de reis verergerde zijn toestand en Vergilius stierf uiteindelijk op 22 september in 19 v. Chr. in de havenstad Brundisium (nu Brindisi).

Vergilius had in zijn laatste wil zijn vrienden opgedragen dat in het geval dat hij zou sterven voordat de Aeneis afgemaakt was, het manuscript verbrand moest worden. Gelukkig werd dit plan niet uitgevoerd; na ingrijpen van Augustus werd de Aeneis onafgewerkt uitgegeven, wat het eenvoudigst te merken is aan een aantal incomplete zinnen. Dit betekent niet dat het verhaal incompleet is: zoals al eerder gezegd was het verhaal eerst in zijn geheel in proza geschreven en later regel voor regel in dichtvorm omgezet.

Vergilius werd bij zijn woonplaats in Napels begraven in een tombe, die over de eeuwen veel bezoekers heeft getrokken. Het grafschrift op de tombe, dat Vergilius naar verluid op zijn sterfbed had geschreven, vat zijn leven goed samen:

Mantua me genuit, Calabri rapuere, tenet nunc
Parthenope; cecini pascua, rura, duces.

Mantua schonk mij het leven, Calabrië roofde het weg, nu rust ik
in Napels; ik zong van weiden, akkers, leiders.

Vergilius noemt kort de plaats waar hij is geboren (Mantua), gestorven (Brindisi in Calabrië) en begraven (Napels), en somt hij de drie belangrijkste werken op: de Bucolica (over pascua), de Georgica (over rura) en de Aeneis (over duces). Het is een leuke opgave om stijlfiguren in dit grafschrift aan te wijzen: er zijn twee trikola, een alliteratie, een chiasme, een enjambement en een asyndeton te vinden.

Het graf met dit grafschrift is niet meer te bezoeken, maar de vermoedelijke plaats van het graf is vandaag de dag nog steeds te bezoeken, net buiten Napels aan de weg naar Pozzuoli.

Vergilius genoot al groot aanzien door zijn Bucolica en Georgica, maar na de Aeneis werd hij nog beroemder. De Aeneis werd verplichte literatuur in de Romeinse scholen en werd gelijkgesteld aan de werken van Homeros. De inhoud van de Aeneis was bij een groot publiek bekend: dit blijkt bijvoorbeeld uit de vele verwijzingen naar Vergilius in latere werken, zoals die van Ovidius, Seneca, Petronius en Martialis. In Pompeii is de Aeneis in de graffiti ruim vertegenwoordigd: de openingsregel alleen was daar op zes huizen en een winkel geschreven.

Vergilius heeft grote invloed gehad op vele gebieden van de kunst, zowel de beeldende kunst als de literatuur, vanaf de middeleeuwen tot in de moderne tijd toe. In de middeleeuwen was Vergilius namelijk erg geliefd, wat onder andere blijkt uit de grote hoeveelheid manuscripten die van hem overgeleverd zijn. Dit is te wijten aan zijn geliefde positie binnen het christenendom, waar hij gezien werd als een soort heidense ziener door zijn voorspelling in Ecloga 4. Er bestond zelfs de traditie van de zogenaamde sortes Vergilianae (‘Vergiliaanse loten’), waarbij iemand een kopie van de Aeneis zou bekijken en de eerste regel waar het oog viel als ‘lot’ trok. De betekenis van het citaat als voorspelling werd vervolgens geïnterpreteerd om een vraagstuk te beantwoorden. (Probeer dit ook eens door je boek open te slaan op een willekeurige tekst van Vergilius en de eerste woorden waar je oog op valt te interpreteren. In de Romeinse tijd bestonden de sortes Vergilianae ook al, maar gebruikte men een andere methode: op verschillende plankjes werden citaten uit de Aeneis geschreven en door een plankje te pakken kreeg je het citaat. Via de website http://sortesvirgilianae.com/ kan op vergelijkbare wijze een citaat verkregen worden.)

De bekendste dichter die zich door Vergilius heeft laten inspireren is de Italiaanse dichter Dante Alighieri, de auteur van het epos La divina commedia (De goddelijke komedie), waarin hij de reis door het hiernamaals beschrijft. Vergilius is hierbij zijn gids door de hel en het vagevuur, maar Vergilius kan, omdat hij geen christen was, niet met Dante verder de hemel in. Er zijn ook opera's geschreven over de avonturen van Aeneas en de liefde tussen hem en Dido, waarvan de bekendste Dido and Aeneas van de Engelsman Purcell is. Ook in de Nederlandse literatuur heeft Vergilius zijn sporen achtergelaten: het bekendste voorbeeld is de Gysbregt van Aemstel van Vondel, die gebaseerd is op het tweede boek van de Aeneis. Hij beschrijft hoe de stad Amsterdam ingenomen wordt en ten ondergaat door een list met verborgen soldaten in een schip, dat toepasselijk het Zeepaerd heet.