Epistula 28 – Je neemt jezelf overal mee

Werkvertaling

Seneca Lucilio suo salutem Seneca groet zijn Lucilius

[1] Hoc tibi soli putas accidisse et admiraris quasi rem novam quod peregrinatione tam longa et tot locorum varietatibus non discussisti tristitiam gravitatemque mentis? Animum debes mutare, non caelum. Licet vastum traieceris mare, licet, ut ait Vergilius noster,

terraeque urbesque recedant,
sequentur te quocumque perveneris vitia.

Meen jij dat dit alleen aan jou is overkomen en verwonder jij over als het ware een nieuwe zaak, dat jij door zo’n lange rondreis en door verscheidenheid van zoveel plaatsen niet de treurigheid en zwaarte van de geest hebt afgeschud? Jij moet de geest veranderen, niet de hemel. Ook al heb jij de onmetelijke zee overgestoken, ook al, zoals onze Vergilius zegt,

wijken en landen en steden,
de gebreken zullen je volgen, waarheen je ook maar aangekomen bent.

[2] Hoc idem querenti cuidam Socrates ait, ‘quid miraris nihil tibi peregrinationes prodesse, cum te circumferas? Premit te eadam causa quae expulit.’ Quid terrarum iuvare novitas potest? Quid cognitio urbium aut locorum? In irritum cedit ista iactatio. Quaeris quare te fuga ista non adiuvet? Tecum fugis. Onus animi deponendum est: non ante tibi ullus placebit locus.

Socrates zegt aan een zeker klagend iemand ditzelfde, “Waarom verwonder jij je dat reizen niet van oordeel zijn voor jou, omdat jij jezelf ronddraagt? Dezelfde oorzaak, die je heeft verdreven, drukt jou neer.” Wat kan de nieuwheid van landen helpen? Wat helpt het leren kennen van de steden of de plaatsen? Dit heen en weer geslinger loopt op niets uit. Vraag jij waarom die vlucht je niet helpt? Jij vlucht met jezelf. De last van de geest moet worden neergelegd: niet eerder zal enige plaats aan jou behagen.

[3] Talem nunc esse habitum tuum cogita qualem Vergilius noster vatis inducit iam concitatae et instigatae multumque habentis se spiritus non sui:

bacchatur vates, magnum si pectore possit
excussisse deum.
Vadis huc illuc ut excutias insidens pondus quod ipsa iactatione incommodius fit, sicut in navi ondera immota minus urgent, inaequaliter convoluta citius eam partem in quam incubuere demergunt. Quidquid facis, contra te facis et motu ipso noces tibi; aegrum enim concutis.

Bedenk dat jouw houding nu zodanig is, zoals onze Vergilius al [de gewoonte] van de profetes ten tonele voert, die opgehitst en aangewakkerd is en veel geest in zich heeft, niet van haarzelf:

De profetes raast, of ze misschien de grote god van haar borst kan afschudden.
Je gaat hierheen, daarheen, opdat je het vastzittende gewicht afschudt, dat door het slingeren zelf ongemakkelijker wordt, zoals in een schip onbewogen vrachten minder problemen opleveren, ongelijk opgestapelde vrachten sneller dat deel laten zinken, waarop ze zijn gestort. Wat je ook doet, doe je tegen jezelf en door de beweging zelf breng je schade toe aan je; want je schudt ziekte op.

[4] At cum istuc exemeris malum, omnis mutatio loci iucunda fiet; in ultimas expellaris terras licebit, in quolibet barbariae angulo colloceris, hospitalis tibi illa qualiscumque sedes erit. Magis quis veneris quam quo interest, et ideo nulli loco addicere debemus animum. Cum hac persuasione vivendum est: ‘non sum uni angulo natus, patria mea totus hic mundus est.’

Maar wanneer jij de gebreken tot dat punt zult hebben weggenomen, zal elke verandering van plaats aangenaam worden; ook al zul je naar het verst verwijderde van de landen verbannen worden, in welke uithoek van het buitenland je je ook maar zult vestigen, zal die plaats, hoedanig dan ook, voor jou gastvrij zijn. Het is meer van belang als wie je gekomen zult zijn dan naar waar, en daarom ben je geen plaats verschuldigd je geest te verkopen. Met deze overtuiging moet er geleefd worden: ‘ik ben niet voor een uithoek geboren, mijn vaderland is heel deze wereld.’ 

[5] Quod si liqueret tibi, non admirareris nil adiuvari te regionum varietatibus in quas subinde priorum taedio migras; prima enim quaeque placuisset si omnem tuam crederes. Nunc <non> peregrinaris sed erras et ageris ac locum ex loco mutas, cum illud quod quareris, bene vivere, omni loco positum sit.

En dat als dat helder voor jou zou zijn, je je niet verwondert over dat jij op geen enkele manier wordt geholpen door de afwisselingen van streken waarnaar je achtereenvolgens door walging van de voorafgaande [streken] verhuist; want de eerste de beste [streek] zou je bevallen zijn, als je gelooft dat elke [streek] de jouwe is. Nu reis je niet rond, maar zwerf je en word je voortgestuwd en wissel je plaats van plaats, terwijl dat wat je zoekt, goed te leven, op elke plaats is gelegen.

[6] Num quid tam turbidum fieri potest quam forum? Ibi quoque licet quiete vivere, si necesse sit. Sed si liceat disponere se, conspectum quoque et viciniam fori procul fugiam; nam ut loca gravia etiam firmissimam valetudinem temptant, ita bonae quoque menti necdum
adhuc perfectae et convalescenti sunt aliqua <loca> parum salubria.

Niets kan toch zo hectisch worden als het forum? Ook daar is het geoorloofd met rust te leven, als het noodzakelijk zou zijn. Maar als het geoorloofd is vrij over jezelf te beschikken zou ik ook de aanblik en de nabijheid van het forum verontvluchten; want zoals de ruwe plekken zelfs de sterkste gezondheid op de proef stellen, zo zijn sommige plaatsen te weinig gezond ook voor een goede geest en nog niet voltooide en nog niet gezonde.

[7] Dissentio ab his qui in fluctus medios eunt et tumultuosam probantes vitam cotidie cum difficultatibus rerum magno animo colluctantur. Sapiens feret ista, non eliget, et malet in pace esse quam in pugna; non multum prodest vitia sua proiecisse, si cum alienis rixandum est.

Ik ben het oneens met hen, die midden in de golven gaan en die dagelijks de strijd aanbinden met de moeilijkheden van de dingen met een grote geest, terwijl zij een onrustig leven goedkeuren. De wijze zal die dingen verdragen, hij zal er niet voor kiezen, en hij zal liever in vrede willen zijn dan in de strijd; het is niet van veel voordeel om je eigen fouten afgeschud te hebben, als met vreemde (andermans) (fouten) moet worden geworsteld.

[8] ‘Triginta’ inquit ‘tyranni Socraten circumsteterunt nec potuerunt animum eius  infringere.’ Quid interest quot domini sint? Servitus una est; hanc qui contempsit in quanta libet turba dominantium liber est.

“De dertig tirannen”, zegt hij, “hebben rondom Socrates gestaan en hebben zijn geest niet kunnen breken.” Wat is het van belang, hoeveel heersers er zijn? Slavernij is één; hij, die deze (slavernij) heeft veracht, is vrij in een hoe grote menigte van heersers ook.

[9] Tempus est desinere, sed si prius portorium solvero. ‘Initium est salutis notitia peccati.’ Egregie mihi hoc dixisse videtur Epicurus; nam qui peccare se nescit corrigi non vult; deprehendas te oportet antequam emendes.

Het is tijd op te houden, maar pas als ik als eerste tolgeld zal hebben betaald. “Het begin van de redding is kennis van de zonde.” Epicurus schijnt dit voortreffelijk aan mij te hebben verteld; want wie niet weet dat hij zondigt, wil niet gecorrigeerd worden; het behoort dat jij jezelf op een fout betrapt voordat jij je verbetert.

[10] Quidam vitiis gloriantur: tu existimas aliquid de remedio cogitare qui mala sua virtutum loco numerant? Ideo quantum potes te ipse coargue, inquire in te; accusatoris primum partibus fungere, deinde iudicis, novissime deprecatoris; aliquando te offende. Vale.

Sommigen beroemen zich op fouten: meen jij dat zij, die hun eigen fouten als deugden beschouwen, ook maar iets over een geneesmiddel nadenken? Overtuig jezelf daarom van schuld, voor zover je kunt, onderzoek jezelf; verricht eerst de rollen van aanklager, vervolgens van rechter, het laatste van de verdediger; kwets jezelf af en toe. Vaarwel.