Seneca

Lucius Annaeus Seneca werd in 5 v. Chr. in het Spaanse Cordoba geboren. Hij was daarom geen echte Romein, en heeft zijn hele leven geprobeerd ‘Romeinser’ dan de Romeinen zelf te worden. Hij was vooral geïnteresseerd in de filosofie en schreef daar veel over. Seneca leefde tijdens vier keizers, achtereenvolgens Augustus, Tiberius, Claudius en Nero. Hij was na de dood van Claudius de opvoeder en adviseur van keizer Nero. Uiteindelijk draait Nero door en wordt Seneca gedwongen zelfmoord te plegen. Dit gebeurt in 65 n. Chr.

Zijn belangrijkste werk zijn de Epistulae Morales ad Lucilium (Brieven aan Lucilius), die hij aan het eind van zijn leven in 62/65 publiceerde. Het werk omvat in totaal 124 brieven aan zijn vriend en leerling Lucilius, alle brieven beginnen met Seneca Lucilio suo salutem. De brieven kunnen beschouwd worden als een ‘cursus filosofie in briefvorm’. De brieven waren dan ook nooit verzonden en alleen bedoeld voor publicatie: echte literaire brieven. Door alles in briefvorm te schrijven werd het persoonlijker en toegankelijker dan een normaal boek. Met name de stoïcijnse filosofie, waar Seneca aanhanger van was, komt naar voren.

Filosofie

In Rome ging de filosofie voornamelijk over de weg naar geluk. Zaken als leven na de dood en het ontstaan van de wereld namen ze voor lief. Er waren verschillende manieren om geluk te bereiken.

Seneca was een stoïcijn, een aanhanger van de Stoa. De aanhangers daarvan geloofden dat de wereld werd geregeerd door ratio (of logos in het Grieks). Dit was een soort goddelijk materiaal dat in iedereen en alles aanwezig was. Het doel was om de ratio te begrijpen en zo deugd te bereiken. Dit werd gedaan door secundam naturam vivere (volgens de natuur (= ratio) leven). De ratio zorgt er namelijk voor dat mensen goed doen. Verder was het belangrijk dat je je niet hechte aan indifferentia (geld, macht, liefde, vrienden, en al die andere zaken), want dit waren dingen die er niet toe doen. Je moest niet enthousiast worden van deze dingen of deze dingen begeren, want de ratio is het enige dat belangrijk is. Daarom moest je je emoties negeren, dit heet apatheia.

Een andere stroming was het epicurisme. Volgens hen was geluk het wegnemen van angst waardoor je je in een staat van ataraxia (onverstoorde gemoedstoestand) kon bevinden. Het hoogste doel was het bereiken van voluptas (genot), maar wel in mate.

Verder waren er de cynici (naar κυων, hond). Het hoogste goed was probabile: alles is waarschijnlijk, nergens is bewijs voor, vandaar de kritische tot cynische houding. Hierbij hoort onafhankelijkheid van andere mensen en materiaal bezit. Een beroemde cynicus, Diogenes, leefde in een ton met alleen zijn mantel en een houten kom, maar hij was wel heel gelukkig.