Epistulae 7.27  Spookverhalen

Plinius legt zijn vriend Sura de vraag voor of hij denkt dat spoken bestaan. Hij vertelt over een aantal wonderbaarlijke gebeurtenissen die hij van anderen heeft gehoord en zelf heeft meegemaakt.

Er is een wordbestand met de Latijnse tekst, de vertaling, en verdere uitleg over de grammatica, stijlfiguren en inhoud: Epistula 7.27 - Spookverhalen

Brief met vertaling

C. Plinius Surae suo s.

Gaius Plinius groet zijn Sura.

[1] Et mihi discendi et tibi docendi facultatem otium praebet.

De vrije tijd verschaft de mogelijkheid en aan mij om te leren en aan jou om te onderwijzen.

Vrije dagen! Voor mij tijd om wat bij te leren, voor jou om mij wat aan te leren.

Igitur perquam velim scire, esse phantasmata et habere propriam figuram numenque aliquod putes an inania et vana ex metu nostro imaginem accipere.

Daarom zou ik graag willen weten, of je denkt dat spoken bestaan en dat zij een eigen gestatle hebben en een een of andere goddelijke macht, of dat ze ziellos en leeg zijn en dat zij slechts op grond van onze angst een beeld aannemen.

  • phantasmata = spook; Grieks leenwoord

Goed, er is iets waar ik erg benieuwd naar ben: bestaan er volgens jou spoken? En hebben die een eigen gedaante en een bovennatuurlijk soort macht? Of gaat het om inhoudsloze, onwerkelijke schrikbeelden?

[2] Ego ut esse credam in primis eo ducor, quod audio accidisse Curtio Rufo. Tenuis adhuc et obscurus, obtinenti Africam comes haeserat. Inclinato die spatiabatur in porticu; offertur ei mulieris figura humana grandior pulchriorque. Perterrito Africam se futurorum praenuntiam dixit: iturum enim Romam honoresque gesturum, atque etiam cum summo imperio in eandem provinciam reversurum, ibique moriturum.

Ikzelf geloof er wel aan, vooral door wat ik hoor dat Curtius Rufus is overkomen. Het gebeurde toen hij nog arm en onbekend was en zich in het gevolg bevond van de gouverneur van Africa. Tegen de avond maakte hij een wandelingetje in een zuilengang. Daar kwam hij een vrouwenfiguur tegen die bovenmenselijk groot en mooi was. Hij schrok enorm. Zij was de geest van Africa, zei ze tegen hem, en ging hem de toekomst voorspellen. Hij zou naar Rome gaan en daar topfuncties bekleden, vervolgens met de hoogste bevoegdheden naar Africa terugkeren en daar sterven.

[3] Facta sunt omnia. Praeterea accedenti Carthaginem egredientique nave eadem figura in litore occurrisse narratur. Ipse certe implicitus morbo futura praeteritis, adversa secundis auguratus, spem salutis nullo suorum desperante proiecit.

Allemaal precies zo gebeurd! Ja, en toen hij in Carthago aanmeerde en van boord ging is diezelfde gestalte aan hem verschenen, zo gaat het verhaal. In ieder geval kreeg hij een ziekte die hem aan het denken zette. Hij zag de toekomst in het licht van zijn verleden en rekende vanwege zijn eerdere successen nu op tegenslag. Niemand van zijn mensen twijfelde aan zijn genezing, maar zelf gaf hij het helemaal op.

Iam illud nonne et magis terribile et non minus mirum est, quod exponam, ut accepi? Erat Athenis spatiosa et capax domus, sed infamis et pestilens.

Verder is dit toch zeker en meer angstaanjagend en niet minder wonderbaarlijk, wat ik zal vertellen, zoals ik vernomen heb? In Athene was een groot en ruim huis, maar berucht en onheilbrengend.

illud                                        zelfstandig gebruikt

et magis t/m mirum               polysyndeton

non minus mirum                  litotes

quod                                       Het antecedent is illud.

exponam                                futurum indicativus

erat                                         Er was eens…; begin van het verhaal

Athenis                                   ablativus van plaats

Per silentium noctis sonus ferri, et, si attenderes acrius, strepitus vinculorum longius primo, deinde e proximo reddebatur: mox adparebat idolon, senex macie et squalore confectus, promissa barba, horrenti capillo; cruribuscompedes, manibuscatenas gerebat quatiebatque.

Door de stilte van de nacht weerklonk het geluid van ijzer, en als je scherper zou opletten, het gerammel van boeien, eerst tamelijk ver weg, daarna zeer dichtbij: weldra verscheen het spook, een oude man aangetast door magerte en vervuiling, met een lange baard, met rechtopstaand haar; hij droeg voetboeien aan de scheenbenen en hij schudde met kettingen aan de handen.

attenderes                             coniunctivus irrealis

streptitus t/m proximo         chiasme

reddebatur                            onderwerp is sonus

idolon                                     spook; Grieks leenwoord.

senex t/m confectus              knuffelstand

cruribus t/m catenas             parallelie

Inde inhabitantibus tristes diraeque noctes per metum vigilabantur; vigiliam morbus et crescente formidine mors sequebatur. Nam interdiu quoque, quamquam abscesserat imago, memoria imaginis oculis inerrabat, longiorque causis timoris timor erat.

Vandaar werden droevige en vreselijke nachten door angst doorwaakt door de bewoners; ziekte en dood volgde op de slapeloosheid, terwijl de angst groeit. Want ook overdag, hoewel het beeld was weggegaan, dwaalde de herinnering aan het beeld voor de ogen rond en de angst was langer durend dan de oorzaken van de angst.

inhabitantibus                       dativus auctoris bij vigilabantur en gesubstantiveerd participium

crescente formidine              abl. abs.

sequebatur                            twee onderwerpen, namelijk morbus en mors

imaginis                                 gen. obiectivus

causis timoris                         ablativus comparationis

timor                                      Plinius benadrukt de angst door drie verschillende woorden te gebruiken: metum, formidine en timor.

Deserta inde et damnata solitudine domus totaque illi monstro relicta; proscribebatur tamen, seu quis emere, seu quis conducere ignarus tanti mali vellet.

Vervolgens was het huis verlaten en gedoemd tot eenzaamheid en geheel aan dit monster overgelaten; het werd toch te koop gezet, om te zien of iemand, onwetend van zoveel slechts, het wilde kopen of huren.

deserta, damnata, relicta      ellips van est

illi                                                      het spook wordt positief gewaardeerd (prospectie)

monstro                                 Plinius noemt het spook hiervoor ook al idolon en imago.
Door de woorden te variëren maakt hij het levendiger.

quis                                         = aliquis

vellet                                      coniunctivus van afhankelijke vraag

Venit Athenas philosophus Athenodorus, legittitulum auditoque pretio, quia suspecta vilitas, percunctatusomnia docetur ac nihilo minus, immo tanto magis, conducit.

De filosoof Athenodorus komt naar Athene, leest het uithangbord en nadat de prijs gehoord was, wordt de informerende, omdat die lage prijs verdacht was, van alles op de hoogte gebracht en desalniettemin, ja zelfs des te meer, huurt hij het.

venit, legit                                      praesens historicum; geeft een dramatisch effect. De keuze voor praes. past hier vooral omdat docetur later in de zin ook praes. is.

Athenas                                  accusativus van richting

Athenodorus                         Athenodorus was een Griekse en stoïcijnse filosoof.

audito pretio                         abl. abs.

suspecta                                 ellips van erat

percunctatus                          = percontatus; een PPP van een deponens kan vertaald worden als een PPA of een PPP; hieruit blijkt dat Athenodorus wel degelijk op de hoogte was van het huis en het spook, en niet zoals hiervoor gezegd ignarus.

nihilo t/m magis                    desalniettemin, ja zelfs des te meer; als filosoof wil Athenodorus graag weten wat er aan de hand is in dit huis, het spookt trekt hem juist aan.

Ubi coepit advesperascere, iubet sterni sibi in prima domus parte, poscitpugillares stilum lumen, suos omnes in interiora dimittit; ipse ad scribendumanimum oculos manum intendit, ne vacua mens audita simulacra et inanes sibimetus fingeret.

Zodra het avond begint te worden, beveelt hij dat een bed voor zich wordt klaargemaakt in het voorste deel van het huis, hij vraagt om een schrijftafeltje, een pen, een licht, hij heeft al de zijnen naar de meer naar binnen gelegen vertrekken van het huis gestuurd; zelf richt hij de geest, de ogen, de hand op het schrijven opdat een lege geest niet beelden waarvan hij had gehoord en voor zichzelf nutteloze angsten vormde.

sterni                                      infinitivus passief, dus een AcI. Het onderwerp, lectum [bed], is weggelaten.

suos omnes                            de slaven van Athenodorus.

coepit t/m dimittit                 asyndeton; geeft het verhaal meer snelheid.

pugillares t/m lumen             nog een asyndeton, en zelfs een trikolon. Nu twee keer een asyndeton wordt de snelheid nog meer opgevoerd.

scribendum                            gerundium; het lijkt met animum te congrueren, maar dat is al een aanvulling bij intendit. Overigens als het met animum zou congrueren, is de vertaling stierenstront dus weet je zo ook dat het niet klopt.

animum t/m manum             nog een asyndeton, als je nu nog niet op het puntje van je stoel zit…

(ne) fingeret                           coniunctivus finalis

Initio, quale ubique, silentium noctis; dein concuti ferrum, vincula moveri. Ille non tollereoculos, non remitterestilum, sed offirmareanimum auribusque praetendere. Tum crebrescere fragor, adventare et iam ut in limine, iam ut intra limen audiri. Respicit, videt agnoscitque narratam sibieffigiem.

In het begin, zoals overal, de stilte van de nacht; vervolgens wordt ijzer gerammeld, worden boeien bewogen. Hij heft de ogen niet op, hij legt de pen niet neer, maar hij maakt de geest sterk en hij houdt deze ter bescherming voor de oren. Dan wordt het lawaai sterker, komt het naderbij en het wordt reeds als op de drempel, reeds als binnen de drempel gehoord. Hij kijkt achterom, ziet en herkent de gestalte, waarover aan hemzelf verteld was.

concuti t/m moveri                chiasme

concuti t/m audiri                  infinitivi historici; worden vertaald met persoonsvormen, worden in het Latijn gebruikt om iets levendig te vertellen. In dit stuk staat weer verschillende keren een asyndeton.

(ut) audiri                               indicativus

respicit t/m agnoscit             trikolon; de spanning wordt opeens opgevoerd.

narratam sibi effigiem           een variatie op audita simulacra.

Stabat innuebatque digito similis vocanti. Hic contra, ut paulum exspectaret, manu significat rursusque ceris et stilo incumbit. Illa scribentis capiti catenis insonabat. Respicit rursus idem, quod prius, innuentem, nec moratus tollitlumen et sequitur.

Hij stond en wenkte met zijn vinger gelijk aan een roepende. Hij daarentegen geeft een teken met de hand, zodat hij even wachtte, en opnieuw buigt hij zich over de was en de pen. Hij liet de kettingen rammelen boven het hoofd van de schrijvende. Hij kijkt opnieuw achterom naar dezelfde, wenkend zoals eerder, en niet aarzelend tilt hij het licht op en volgt hij.

stabat                                     het spook is onderwerp.

hic                                           verwijst naar Athenodurus.

(ut)exspectaret                     coniunctivus van indirecte rede

illa                                          verwijst naar het spook; vrouwelijk want de beschrijving van het spook hiervoor, effigiem, is ook vrouwelijk.

idem                                       hoort bij innuentem; verwijst naar het spook.

moratus                                 PPP van een deponens, mag als PPA vertaald worden.

Ibat illa lento gradu, quasi gravis vinculis. Postquam deflexit in aream domus, repente dilapsa deserit comitem. Desertus herbas et folia concerpta signum loco ponit.

Het spook ging met langzame pas, als het ware zwaar door de boeien. Nadat hij is afgebogen naar de binnenplaats van het huis, laat de plotseling verdwijnende de metgezel in de steek. De achtergelatene plaatst kruiden en afgeplukte blaadjes als teken op de plek.

dilapsa                                   gesubstantiveerd participium; vrouwelijk dus gaat over het spook.

desertus                                 gesubstantiveerd participium; mannelijk dus gaat over Athenodorus.

signum                                   predicatief gebruikt bij herbas et folia, vertaal met ‘als’

Postero die adit magistratus, monet, ut illum locum effodi iubeant. Inveniuntur ossa inserta catenis et implicita, quae corpus aevo terraque putrefactum nuda et exesa reliquerat vinculis; collecta publice sepeliuntur. Domus postea rite conditis manibus caruit.

De volgende dag gaat hij naar de ambtenaren, hij spoort aan opdat zij bevelen dat die plaats

uitgegraven wordt. Met kettingen ingewikkelde en omwikkelde beenderen worden gevonden, die het lichaam had achtergelaten, verrot door leeftijd en aarde, kaal en aangetast door boeien; ze worden, nadat ze verzameld waren, op staatskosten begraven. Daarna heeft het huis de schim, nadat hij volgens de regels begraven was, gemist.

effodi                                      infinitivus passief; dus AcI.

(ut) iubeant                            coniunctivus finalis

rite conditis                           Het spook was er dus, omdat het lichaam niet volgens de regels was begraven. Hij spookte omdat hij mensen op zijn botten wilde wijzen. Nadat dit was gebeurd, kon hij uiteindelijk in vrede rusten.

Dat waren verhalen van anderen en ik geloof de mensen die ervoor instaan. Maar ik ken ook zelf een verhaal waarvoor ik kan instaan.

Ik heb een vrijgelatene die een beetje geletterd is. Zijn broertje lag een samen met hem te slapen in één bed. De jongen meende een gestalte te zien die op bed kwam zitten met een schaar. Die bracht hij naar zijn hoofd en hij knipte hem ook haren af, bovenop zijn kruin. Zodra het licht werd was de jongen op die plek kaalgeschoren en vond men haren in bed.

Korte tijd verstreek en toen gebeurde er nog zoiets, waardoor het vorige werd bevestigd. Een van mijn slaafjes lag samen met een hoop andere te slapen in de jongenskamer. Twee figuren kwamen door het raam naar binnen, zo is zijn verhaal, met witte tunica’s aan. De twee schoren hem daar in bed en verdwenen weer zoals ze gekomen waren. Ook bij hem was het de volgende dag te zien: zijn hoofd was geschoren en er lagen overal haren.

Vervolgens gebeurde er niets bijzonders. Nu ja, of het moet zijn dat ik niet werd aangeklaagd. Wat beslist wel het geval was geweest als Domitianus, uit wiens tijd dit dateert, langer had geleefd. In Domitianus’ bureau vond men namelijk papieren van Carus met een formele aanklacht jegens mij. Het gebeuren laat zich misschien verklaren. Het is gebruikelijk dat aangeklaagden hun haar lang laten groeien. Die afgeknipte haren van mijn mensen zijn dan een teken geweest dat het gevaar dat mij bedreigde was afgewend.

Zo, dat was het! Nu mijn vraag: laat jij hier nu eens je geleerdheid op los. Het thema verdient een lange en grondige beschouwing van jou. En ik zelf verdien toch ook wel een beetje dat je mij laat delen in jouw kennis en inzicht.

Bespreek het allemaal gerust met ‘enerzijds zus, anderzijds zo’ zoals je altijd doet. Maar hak de knoop wel door! Laat me dus niet in spanning en onzekerheid. Want juist dat was de reden waarom ik jou dit voorleg: ik wil een eind aan die twijfel.

Hartelijke groeten,
Plinius

      Romeins senator van Spaanse komaf. Hij was ook een vriend van keizer Trajanus.

      Romeins politicus en militair. Waarschijnlijk iemand anders dan de auteur Quintus Curtius Rufius, van wie een Geschiedenis van Alexander de Grote is overgeleverd.

 

 

 

 

Latijnse tekst

C. PLINIUS SURAE SUO S.

[1] Et mihi discendi et tibi docendi facultatem otium praebet. Igitur perquam velim scire, esse phantasmata et habere propriam figuram numenque aliquod putes an inania et vana ex metu nostro imaginem accipere. [2] Ego ut esse credam in primis eo ducor, quod audio accidisse Curtio Rufo. Tenuis adhuc et obscurus, obtinenti Africam comes haeserat. Inclinato die spatiabatur in porticu; offertur ei mulieris figura humana grandior pulchriorque. Perterrito Africam se futurorum praenuntiam dixit: iturum enim Romam honoresque gesturum, atque etiam cum summo imperio in eandem provinciam reversurum, ibique moriturum. [3] Facta sunt omnia. Praeterea accedenti Carthaginem egredientique nave eadem figura in litore occurrisse narratur. Ipse certe implicitus morbo futura praeteritis, adversa secundis auguratus, spem salutis nullo suorum desperante proiecit.

[4] Iam illud nonne et magis terribile et non minus mirum est quod exponam ut accepi? [5] Erat Athenis spatiosa et capax domus sed infamis et pestilens. Per silentium noctis sonus ferri, et si attenderes acrius, strepitus vinculorum longius primo, deinde e proximo reddebatur: mox apparebat idolon, senex macie et squalore confectus, promissa barba horrenti capillo; cruribus compedes, manibus catenas gerebat quatiebatque. [6] Inde inhabitantibus tristes diraeque noctes per metum vigilabantur; vigiliam morbus et crescente formidine mors sequebatur. Nam interdiu quoque, quamquam abscesserat imago, memoria imaginis oculis inerrabat, longiorque causis timoris timor erat. Deserta inde et damnata solitudine domus totaque illi monstro relicta; proscribebatur tamen, seu quis emere seu quis conducere ignarus tanti mali vellet. [7] Venit Athenas philosophus Athenodorus, legit titulum auditoque pretio, quia suspecta vilitas, percunctatus omnia docetur ac nihilo minus, immo tanto magis conducit. Ubi coepit advesperascere, iubet sterni sibi in prima domus parte, poscit pugillares stilum lumen, suos omnes in interiora dimittit; ipse ad scribendum animum oculos manum intendit, ne vacua mens audita simulacra et inanes sibi metus fingeret. [8] Initio, quale ubique, silentium noctis; dein concuti ferrum, vincula moveri. Ille non tollere oculos, non remittere stilum, sed offirmare animum auribusque praetendere. Tum crebrescere fragor, adventare et iam ut in limine, iam ut intra limen audiri. Respicit, videt agnoscitque narratam sibi effigiem. [9] Stabat innuebatque digito similis vocanti. Hic contra ut paulum exspectaret manu significat rursusque ceris et stilo incumbit. Illa scribentis capiti catenis insonabat. Respicit rursus idem quod prius innuentem, nec moratus tollit lumen et sequitur. [10] Ibat illa lento gradu quasi gravis vinculis. Postquam deflexit in aream domus, repente dilapsa deserit comitem. Desertus herbas et folia concerpta signum loco ponit. [11] Postero die adit magistratus, monet ut illum locum effodi iubeant. Inveniuntur ossa inserta catenis et implicita, quae corpus aevo terraque putrefactum nuda et exesa reliquerat vinculis; collecta publice sepeliuntur. Domus postea rite conditis manibus caruit.

[12] Et haec quidem affirmantibus credo; illud affirmare aliis possum. Est libertus mihi non illitteratus. Cum hoc minor frater eodem lecto quiescebat. Is visus est sibi cernere quendam in toro residentem, admoventemque capiti suo cultros, atque etiam ex ipso vertice amputantem capillos. Ubi illuxit, ipse circa verticem tonsus, capilli iacentes reperiuntur. [13] Exiguum temporis medium, et rursus simile aliud priori fidem fecit. Puer in paedagogio mixtus pluribus dormiebat. Venerunt per fenestras — ita narrat — in tunicis albis duo cubantemque detonderunt et qua venerant recesserunt. Hunc quoque tonsum sparsosque circa capillos dies ostendit. [14] Nihil notabile secutum, nisi forte quod non fui reus, futurus, si Domitianus sub quo haec acciderunt diutius vixisset. Nam in scrinio eius datus a Caro de me libellus inventus est; ex quo coniectari potest, quia reis moris est summittere capillum, recisos meorum capillos depulsi quod imminebat periculi signum fuisse.

[15] Proinde rogo, eruditionem tuam intendas. Digna res est quam diu multumque consideres; ne ego quidem indignus, cui copiam scientiae tuae facias. [16] Licet etiam utramque in partem — ut soles — disputes, ex altera tamen fortius, ne me suspensum incertumque dimittas, cum mihi consulendi causa fuerit, ut dubitare desinerem. Vale.

 

Vrije dagen! Voor mij tijd om wat bij te leren, voor jou om mij wat aan te leren.

Goed, er is iets waar ik erg benieuwd naar ben: bestaan er volgens jou spoken? En hebben die een eigen gedaante en een bovennatuurlijk soort macht? Of gaat het om inhoudsloze, onwerkelijke schrikbeelden?

Ikzelf geloof er wel aan, vooral door wat ik hoor dat Curtius Rufus is overkomen. Het gebeurde toen hij nog arm en onbekend was en zich in het gevolg bevond van de gouverneur van Africa. Tegen de avond maakte hij een wandelingetje in een zuilengang. Daar kwam hij een vrouwenfiguur tegen die bovenmenselijk groot en mooi was. Hij schrok enorm. Zij was de geest van Africa, zei ze tegen hem, en ging hem de toekomst voorspellen. Hij zou naar Rome gaan en daar topfuncties bekleden, vervolgens met de hoogste bevoegdheden naar Africa terugkeren en daar sterven.

Allemaal precies zo gebeurd! Ja, en toen hij in Carthago aanmeerde en van boord ging is diezelfde gestalte aan hem verschenen, zo gaat het verhaal. In ieder geval kreeg hij een ziekte die hem aan het denken zette. Hij zag de toekomst in het licht van zijn verleden en rekende vanwege zijn eerdere successen nu op tegenslag. Niemand van zijn mensen twijfelde aan zijn genezing, maar zelf gaf hij het helemaal op.

 

Romeinse kalender