Carmen 87 –


Geen enkele vrouw kan zeggen dat ze zo oprecht bemind is geworden als mijn Lesbia door mij bemind is geworden. Geen trouw was ooit zo groot in enige verbintenis, als de trouw van mij hetwege in mijn liefde voor jou.


This belongs to the same disillusioned group as 72, 75, and 85. The mood in which
Catullus's own single-minded loyalty is invoked is one not of self-righteousness
(Fordyce 1961, 380) but rather of despair. Note the switch in the last line to direct
apostrophe: emotion has got the better of third-person distancing. Catullus startles
the reader here, brings Lesbia suddenly, and directly, into the reckoning (Lyne

Romeinse kalender