Congruentie

Aangezien een bijvoeglijk naamwoord een naamwoord is, heeft het een getal, gelacht en een naamval. Een bijvoeglijk naamwoord past zich aan het zelfstandig naamwoord waar het bij hoort aan, in getal, geslacht en naamval. Dit heet congruentie (congruere ‘aanpassen aan’). Dit betekent dat er van elk bijvoeglijk naamwoord een mannelijke, vrouwelijke en onzijdige vorm is. Congruentie gebeurt bijna niet meer in het Nederlands, maar toch is er een verschil tussen een groot huis, en twee grote huizen.

In tegenstelling tot het in het Nederlands, staan bijvoeglijke naamwoorden in het Latijn vaak achter het woord waar ze bij horen.

Vooral bij dichters kan het voor komen dat het bijvoeglijk naamwoord voor het woord waar het bij hoort staat, of zelfs ergens totaal anders in de zin (hyperbaton).

Griekse uitspraak van de dag