Deponentia

Bij een passivum kan je uitdrukken door wie of wat iets is gedaan:

    • Door personen        a(b) + ablativus
    • Door dingen             ablativus zonder voorzetsel

Deponentia zien er passief uit, maar je mag ze niet passief vertalen. Ze hebben hun passieve betekenis afgelegd (deponere = afleggen). In de woordenlijst kan je zien of een werkwoord een deponens is:
Loquor, loqui, locutus sum                       spreken
Aan de uitgang –or zie je dat het een deponens is.
De imperativus van een deponens is gelijk aan de infinitivus praesens actief:
adhortare    = spoor aan!
loquere        =  spreek!

 

Verba Deponentia

Omnes spectatores leones timebant.                  Alle toeschouwers vreesden de leeuwen.                                                      (1)
Omnes spectatores leones verebantur.               Alle toeschouwers vreesden de leeuwen.                                                      (2)

Op het eerste gezicht lijkt het alsof er geen verschil is tussen de zinnen: ze hebben dezelfde vertaling. Maar na iets beter te kijken begint het toch wel duidelijk te worden: in zin 2 heeft de persoonsvorm een passieve uitgang (verebantur), maar wel een lijdend voorwerp (leones). Hoe is dit mogelijk?
Het antwoord is heel simpel. We noemen het een deponens (meervoud deponentia). Een deponens is een werkwoord dat alleen maar passieve vervoegingen heeft, maar actief vertaalt wordt. Het heeft als het ware de passieve betekenis afgelegd (deponere [afleggen]). De meeste deponentia worden naar de a-coniugatie vervoegd.

Verba Semideponentia

Naast de deponentia zijn er ook nog de semideponentia. Deze werkwoorden worden in de onvoltooide tijden (praesens, imperfectum en futurum) actief verbogen, terwijl zij in de voltooide tijden (perfectum, plusquamperfectum en futurum exactum) alleen passieve vormen hebben. Hiervoor geldt hetzelfde als voor deponentia: je vertaalt ze actief. Er zijn maar vier semideponentia:

audēre            ausus sum                 durven
gaudēre           gavisus sum              zich verheugen
solēre              solitus sum               gewoon zijn, plegen
(con)fidere      (con)fisus sum          geloven

 

 

Romeinse kalender