Metrum

De Latijnse poëzie wordt niet gekenmerkt door rijm, zoals nu. In de oudheid gebruikte men een bepaald metrum, een vaste regelmatige afwisseling tussen lange en korte lettergrepen. Scanderen is het indelen van een vers in deze lettergrepen. Een makron (μακρός ‘lang’) (―) geeft een lange lettergreep aan, en een breve (brevis ‘kort’) (∪) een korte.

Alle tweeklanken (au, ae, oe) en onzichtbare tweeklanken  (zoals occidere < oc-caedere) zijn lang. Daarbij komt nog eens de abl. ev., behalve die van de mede-klinkerstam, de nom./acc. op –es, de dat./abl. op –is, en de acc. op –as, –os en –us. Als een klank gevolgd wordt door twee (of meer) medeklinkers, of door een x of z, kan de klank lang zijn. De overige klanken zijn dan kort.

Het metrum van een epos is een dactylische hexameter. Deze bestaat uit zes (hex) versvoeten (metron), die uit een dactylus (― ∪ ∪) bestaan. De laatste, zesde versvoet is altijd onvolledig en kan bestaan uit een trochee (― ∪) of een spondee (― ―). Het basisschema van de dactylische hexameter is dus:

― ∪ ∪ ǀ ― ∪ ∪ ǀ ― ∪ ∪ ǀ ― ∪ ∪ ǀ ― ∪ ∪ ǀ ― x

waarbij x een korte (∪) of een lange (―) klank is. De eerste lettergreep is altijd lang, omdat hier de klemtoon op valt. Deze wordt aangegeven met een ‛ (ictus). Het einde van een versvoet wordt met ǀ aangegeven.

Na verloop van tijd wordt dit erg saai. Daarom heeft men bedacht dat twee korte (∪ ∪) door één lange (―) lettergreep vervangen mogen worden. De vijfde versvoet is bijna altijd een dactylus. Als deze een spondee (― ―) is heb je te maken met een versus spondiacus. Veel dactyli zorgen voor een snelle, lichte en vrolijke toon. Veel spondeeën zorgen juist voor traagheid, ernst en droevigheid.

Ook de pauzes vallen op vaste plaatsen. Zo’n plaats heet een cesuur (aangegeven met ǁ). De drie meest voorkomende mogelijkheden zijn de trithemimeris (rust na de derde halve voet), penthemimeris (een cesuur na de vijfde halve voet) en de hepthemimeris (een cesuur na de zevende halve voet).

Als een woord op een klinker of -m eindigt, en het volgende woord met een klinker of h- begint, valt de laatste lettergreep van het eerste woord weg. Dit heet elisie. Omgekeerde elisie geldt als de lettergreep van het tweede woord (atetesest) wegvalt. Als elisie niet toegepast wordt, waar het wel zou kunnen, heet dat hiaat.

Een voorbeeld van een gescandeerd stukje:

Fōrtĕ lăcūm ǁ mĕdĭōcrĭs ăquǣ ǁ prōspēxĭt ĭn īmis
vāllĭbŭs: āgrēstēs ǁ īllīc frŭtĭcōsă lĕgēbant
vīmĭnă cūm iūncīs ǁ grātāmquĕ pălūdĭbŭs ūlvam.

Romeinse kalender