Romeinse geschiedenis

De geschiedenis van

1000 De oudste sporen van Rome. Dit was een boerensamenleving langs de Tiber (Tevere)
753   Op 21 april werd, volgens de mythe, Rome gesticht. De eerste koning was Romulus.
         De laatste drie koningen waren Etrusken. De Etrusken waren het machtigste volk van Italië. Ze kwamen uit de Toscane (die overigens naar de Latijnse naam van Etrusken, de Tusci, is vernoemd) De Etrusken hadden een hoogontwikkelde cultuur. Zo stamt het Forum Romanum uit deze tijd.

509   De zevende en laatste koning (Tarquinius Superbus) wordt Rome uitgejaagd. De Republiek was geboren. Republiek komt van res publicae, wat algemene zaken betekent. Het ‘land’ werd bestuurd door twee consuls (consulere = overleggen) die bij werden gestaan door een senaat (senex = grijsaard).

Standenstrijd!

Er waren twee standen, de patriciërs en de plebejers. De patriciërs hadden grond, bestuur en rechtspraak. De plebejers hadden niets. Ze wilden meer rechten en inspraak in de politiek.
494   Invoering van de tribunus plebis (volkstribuun). Zij hadden vetorecht over maatregelen van consuls en andere magistraten.
450   De wetten werden vastgelegd in de ‘Wetten van de Twaalf Tafelen’. Zij waren de basis van het Romeinse Recht.
367   Één van beide consuls moest een plebejer zijn.
287   Met de Lex Hortensia kwam er een einde aan de standenstrijd.
Het clientèle systeem
Een patronus (rijke aristocraat) zorgde voor zijn cliënten. Hij gaf ze steun, voedsel of geld. In ruil hiervoor moesten de cliënten hun patronus bijstaan als deze een politieke functie wilde bekleden. Ze werden dus omgekocht om te stemmen. In dit systeem konden cliënten zelf patroni zijn, enzovoorts.
Ambten
Jaarlijks werden de magistraten opnieuw gekozen. Collega’s had altijd een vetorecht over de besluiten van de ander. Volkstribunen waren een geval apart: zij hadden vetorecht over alles.


Magistraten

Aantal

Uitleg

quaestor

2, later 8, later 20

beheer van staatsfinanciën

aedilis

4

politie, brandweer, beveiliging, organisatie van spelen

praetor

2, later 4, later 8

rechtspraak, (bestuur provincies als propraetor)

consul

2

opperbevel over leger, openbare orde, algemeen bestuur, (bestuur provincies als proconsul)

censor

2

(om de 5 jaar, ambtstermijn 1,5 jaar) volkstelling en indeling vermogensklassen, aanvulling van senaat tot 300 leden, aanbesteding openbare bouwprojecten

Veroveringen

In het begin van de Republiek was het redelijk onrustig: er waren heel veel volksstammen die in de weg stonden. Zo werd Rome in 386 verwoest door een aanval van Galliërs. Uiteindelijk wisten de Romeinen de Etrusken, Aequi, Volsci, Samnieten en de Griekse steden in het zuiden te overwinnen in 270.
Er waren nog maar twee rijken over in de Middellandse Zee: Rome, en Carthago, de rijke en machtige handelsstad aan de overkant (Tunesië).
264   De Eerste Punische Oorlog (Puni = Carthagers) verloren de Carthagers. De vrede, getekend in 241, hield in dat onder andere dat Sicilië, Sardinië en Corsica naar de Romeinen gingen. Als reactie hierop ‘misbruikten’ de Carthagers Spanje.
218   De Tweede Punische Oorlog was een gevaarlijke. Volgens Rome lag het aan Hannibal, die zich niet aan de vredesvoorwaarden hield. Dit leverde hem een spreekwoord op: Punica fides. Hannibal slaagde erin om via Spanje de Alpen over te komen, en hij kwam met een leger (inclusief olifanten) Noord Italië binnen.
216   Slag bij Cannae: Rome werd verpletterd… Hannibal viel echter niet gelijk aan en zocht voor bondgenoten in Italië.
206   De Romein Scipio verovert Spanje, en in 204 steekt hij over naar Africa. Hannibal werd teruggeroepen en hij werd in 202 bij Zama definitief verslagen.
201   De vrede werd getekend. Carthago verloor al haar land, hun oorlogsvloot, en ze moesten heel veel geld betalen. Ook mochten ze niets doen zonder toestemming van Rome.
149   De Romeinen hadden altijd een vrees voor Carthago. Een bekend voorbeeld van het ‘Carthago-syndroom’ was meneer Cato, die al zijn redevoeringen sloot met Ceterum censeo Carthaginem esse delendam (Overigens ben ik van mening dat Carthago verwoest moet worden). Er moest snel oorlog gevochten worden, en de aanleiding van deze dat Carthago zelf oorlog ging voeren, zonder toestemming van Rome. Na een belegering van de stad overwonnen de Romeinen in 146.
146   Na vier Macedonische oorlogen tegen Philippus V gevochten te hebben, behoorde Macedonië en Griekenland tot het Romeinse Rijk. De romeinen verwoestten de steden (zoals Korinthe) en namen alles wat van waarde was mee naar Rome. Hierbij hoorden ook de taal, wetenschap, etc. aangezien de Romeinen erg tegen Griekenland opkeken. Zie meer over Griekenland bij geschiedenis van de Grieken.
133   Koning Attalus III laat zijn koninkrijk Pergamum per testament aan Rome na.

De eeuw van de Republiek in ontbinding

Door de oorlogen waren er vooral zelfstandige boeren. Toen deze mee moesten vechten in de oorlogen moesten zij zelf hun wapenuitrusting bekostigen. Toen zij, als het al zo was, terugkwamen, was de oogst slecht en moesten zij hun boerderijen verkopen. De nobilitas (adel) en equites (‘ridders’, 2e stand) kochten dit land en lieten hier de slaven werken. Zo verdrongen ze alle kleine boerderijen. Veel zochten toevlucht binnen de muren van Rome. Hier hadden ze niets, behalve nageslacht (proles; vandaar dat ze proletariers heten).
133   Er ontstond een scheuring in de samenleving. De rijken werden rijker, de armen werden armer. De eerste die hier iets aan probeerde te doen was Tiberius Sempronius Gracchus. Hij stelde de Akkerwet voor: niet al het land ging meer naar de adel (nog maar 125 ha per familie, 100 ha per zoon), maar ook naar de proletariers. Die konden hier dan hun boerenbestaan oppakken en zelf geld verdienen. De senaat voelde zich aangevallen door de volkstribuun en vermoordde Tiberius tijdens een vergadering in 131. Hij eindigde in de Tiber.
123   Tien jaar later probeerde het broertje van Tiberius, Gaius Sempronius Gracchus, het opnieuw. Ook kwam hij met het idee om een Romeins Carthago te bouwen, en om graan aan te bieden. Dit laatste idee werd aangenomen. In Rome maakte de bakker namelijk brood van jouw eigen graan. Als je dit niet had kon je ook geen brood kopen. Daarom ging de overheid graan uitdelen. Deze graanuitdelingen werden daarom gebruikt om politieke stemmen te winnen. Tien jaar na de dood van zijn broer (121) werd ook Gaius vermoord. Met hem gingen 3000 aanhangers de Tiber in.
Vanaf dit moment waren er twee politieke stromingen in Rome: de eerste, de optimates, vonden alles wel goed zoals het was en waren dus conservatief. De tweede, de populares, wilden alles houden hoe het was door een klein beetje mee te geven. Iets minder rechts, dus. (hiertoe behoorden onder andere de Gracchen).
100   Op 13 juli werd Gaius Iulius Caesar geboren. Volgens de verhalen gebeurde dit via een keizersnede (of in het Latijnsectio caesarea). Hij werd geboren in een familie van (niet al te rijke) patriciërs. Hun achternaam ‘Iulius’ verwijst naar hun herkomst: ze geloofden dat ze afstamden van Iulus (Ascanius, de zoon van Aeneas, die op zijn beurt weer de zoon van Venus was). Zijn bijnaam, Caesar, betekent ‘de Harige’.
Caesar was het neefje van Gaius Marius, iemand die in die tijd erg belangrijk was voor de politiek. Als consul had hij de Germanen en Koning Iugartha (van Perzië) verslagen. Hij behoorde tot de populares. Tegenover hem stond de andere consul, Sulla, die een optimaat was. Sulla werd naar Turkije gestuurd om een ‘brandje te blussen’. Terwijl Sulla met Mithridates vocht, vermoorde Marius het grootste deel van Sulla’s aanhang.
82     Sulla komt terug, en is nu de held. Hij roept zichzelf uit tot dictator , maar dan voor langer dan 6 maanden… Hij was de eerste dictator in de negatieve zin van het woord (pejoratief).
79     Een opstand van de populares. Sulla pakte ze terug voor wat ze bij zijn aanhangers hadden gedaan, maar dan erger. Hierna trekt hij zich terug uit de politiek.


        Caesar


68     Caesar krijgt zijn eerste politieke functie: hij is quaestor (penningmeester) in Zuid-Spanje.
65     Caesar wordt aedilis. Hij zorgde voor de politie, brandweer, vuilnisman, etc. Ook zorgde hij voor de publieke feesten zoals gladiatoren festivals. Deze werden deels door de staat gefinancierd, en deels door de aedilis. Hiermee kon hij populariteit verkrijgen! Hij komt in geldnood, maar zoals de Romeinen zeiden: Panem et circenses! Dit was allemaal deel van zijn cursus honorum, het telkens promoveren tot uiteindelijk het consulaat.
63     Caesar wordt Pontifex Maximus (opperpriester), een functie voor 5 jaar. Deze vijf jaar heeft hij echter nooit uitgediend, omdat hij in 60 consul wilde worden. De senaat kwam echter met het excuus: ‘Je hebt je aanmeldingsformulier niet op tijd ingeleverd!’
60     Om te voorkomen dat hij nog een keer afgewezen zou worden, sloot hij samen met Pompeius Magnus (die ook geen consul kon worden) en Crassus (voor het geld) het Eerste Triumviraat (tres = drie, vir = man). Niets in Rome zou voortaan gebeuren zonder hun toestemming!
59     Caesar wordt consul. Het werk als consul wordt niet rijkelijk beloond en daarom werd Caesar hierna proconsul van Gallia Cisalpina (het Noorden van Italië). Hier kon hij het recht tot belasting verkopen en zijn zakken dus aardig vullen.
Gallië was het land van – wel zo logisch – de Galliërs. Zij hadden ongeveer dezelfde taal, goden en priesters (druïden), maar toch waren ze verdeeld in 65 stammen. Toen de Germanen uit het noorden binnen kwamen, vroegen ze de Romeinen om hulp. Caesar greep zijn kans en hielp ze de Germanen te verjagen. De Galliërs dachten dat Caesar weg zou gaan, maar ze hadden het mis. In 8 jaar tijd veroverde hij Frankrijk, België en het zuiden van Nederland.
http://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/b/ba/Map_Gallia_Tribes_Towns.png         Zijn verslag (lees propaganda) over zijn oorlog bracht hij in boekvorm naar Rome: De Bello Gallico. In dit verslag gaf hij Rome informatie over wat hij aan het doen was, en natuurlijk over hoe goed hij dit deed. Hij deelde Gallia in drie gebieden:
(1) Belgica (2) Celtica (3) Aquitania
Caesar probeerde Engeland in te nemen, maar na het zien van de blauw geschilderde rokdragers op de kliffen wist hij genoeg.
Ook probeerde Caesar meerdere malen de Rijn over te steken. Dit lukte hem ook al niet, en de meest noordelijke grens van het ‘Rijk’ werd dus de Rijn.
52     Vercingetorix (rix = rex) slaagde erin om de stammen te verenigen en hinderde Caesar aardig (letterlijk, want hij gebruikte de tactiek van de verschroeide aarde). Toch werden meneer Vercingetorix en de rest van Gallia bij Alesia de pan in gehakt. Gallia was helemaal van Caesar.
Ondertussen in Rome …
In Rome waren Pompeius en Crassus (tot hij in 53 stierf) heer en meester. Pompeius dacht Caesar te slim af te zijn en hij richtte zich tot de senaat. Dit was niet het doel van het Triumviraat, maar beiden (senaat en Pompeius) vreesden dat Caesar te machtig zou worden. Ze beloonden Pompeius met de titel consul sine collega (sine = zonder) en de functie van proconsul in Spanje.
49     Caesar is geen proconsul meer. Hij wil weer consul worden en keert terug naar Italië. De traditie was dat je zonder leger Italië binnen kwam, dus Caesar nam het mee. Toen hij bij de Rubicon overstak sprak hij de woorden ‘Alea iacta est’ (De teerling (=dobbelsteen) is geworpen). Waarschijnlijk sprak hij ze niet in het Latijn maar in het Grieks, omdat dat ‘chiquer’ klinkt. Dit fenomeen kennen we vandaag de dag met het Engels.
48     Caesar joeg Pompeius weg naar Griekenland. Hier vocht hij de Slag bij Pharsalus waar hij het leger van Pompeius (dat twee keer zo groot was) versloeg. Pompeius vluchtte naar Egypte.
In Egypte was men slim. Ze ontvingen Pompeius hartelijk, maar wisten ook dat Caesar achter hem aan zou komen. Daarom vermoordden ze Pompeius in zijn slaap. Caesar was ‘verdrietig’ en probeerde Pompeius zijn laatste eer te bewijzen. Hij was boos op de Farao en haalde hem dus van de troon. In zijn plaats zette hij Cleopatra vii, de ‘femme fatale’ van de oudheid. Hier bleef hij een jaar lang en uit hun verbintenis kwam een zoon: Caesarion.
Als excuus gaf hij dat hij delen van Azië, die Egypte bedreigde, aan het Rijk toe wilde voegen. Over deze oorlogjes sprak hij de befaamde woorden ‘Veni, vidi, vici!’.
45     Caesar is heerser over de Romeinse wereld:

  1. Hij benoemt zichzelf tot dictator, eerst voor één jaar en toen voor tien jaar
  2. Hij had de macht over het leger
  3. Hij maakte zijn baan als Pontifex Maximus af
  4. Hij wordt volkstribuun in de volksvergadering, waarmee hij de senaat kan omzeilen
  5. Hij stelt nieuwe (met hem bevriende) ambtenaren aan
  6. Hij breidde de senaat uit met senatoren uit andere provincies (Gallia, Spanje, etc.). Deze waren natuurlijk allemaal vriendjes van Caesar.

         Dit alles doet hij terwijl hij de res publicae in stand houdt.
Caesar was zeer ijdel en om zeker te zijn dat men hem niet vergat, deed hij nogal wat:

  1. Hij bouwde zijn eigen forum, het Forum Iulium. Tegenwoordig zit er een ‘levensgevaarlijke’ weg tussen, maar vroeger lag het naast het Forum Romanum, het politieke centrum
  2. Hij verdeelde een klein deel het land opnieuw, waarvan een deel naar zijn veteranen (vetus = oud) ging, en een ander deel naar de proletariërs
  3. Hij beperkte de mogelijkheden van tollenaars (en dus ook van proconsuls)
  4. Hij gaf provincies die hem trouw waren burgerrecht (iets om trots op te zijn)
  5. Hij herbouwde Carthago
  6. Hij voerde een nieuwe kalender in, de Juliaanse Kalender (zie appendix I)

        44 voor Christus


Caesar benoemt zichzelf tot dictator voor het leven. Ook laat hij zichzelf ‘Divus Iulius’ noemen. Daarnaast verving hij de ‘kop’ kant van de munt, waar eerst plaatjes van goden of Rome stonden, met zijn eigen kop.
http://static.tvtropes.org/pmwiki/pub/images/julius_caesar.jpg         Men werd onrustig. Caesar werd gewaarschuwd door een ingewandschouwer (die dus naar de ingewanden kijkt) om op de Idus van Maart te letten. Ook zijn vrouw had nachtmerries waarin er op de Idus van Maart iets verschrikkelijk met Caesar zou gebeuren. Normaal gesproken waren de Romeinen erg op voorspellingen (Etrusca disciplina, dus al een oud gebeuren) gesteld, maar Caesar nam het allemaal met een korreltje zout. De avond voor de Idus van Maart dineerde hij met vrienden. Ze spraken over de dood. Ook in zijn dromen die nacht kwam dit thema naar voren. Hij heeft zelfs, voor hij de curia (senaatsgebouw) instapte een rol gekregen waarin informatie over de samenzwering stond. Maar ook dit nam hij niet serieus.
Op de Idus van Maart, in het Nederlands 15 maart, was het zover. In de curia werd Caesar door een samenzwering geleid door Brutus en Cassius op een brute wijze vermoord. Van de 23 dolksteken was de laatste fataal, en hij sprak de woorden ‘Et tu, Brute?’ (of de Griekse variant ‘Καὶ σὺ, Βρούτε;’). Hierna trok hij zijn mantel over zijn gezicht en stierf hij voor het beeld van zijn rivaal, Pompeius Magnus.
Men wilde hem in de Tiber gooien, maar dit gebeurde niet. Caesar werd op het Forum Romanum verbrand. Het volk was verdrietig. De zon ook, want naar verluid scheen ze een aantal dagen niet meer. Een komeet kwam langs, en men interpreteerde dit als ‘Divus Iulius’.

En toen?

Toen Caesars testament voorgelezen werd, ging iedereen er vanuit dat Caesars trouwe generaal Marcus Antonius alles erfde. Hij was wild, stoer, hij kon medelijden tonen en bovendien was hij losjes. Toch werd hij het niet. Caesars achterneefje, Octavianus, erfde alles. Octavianus was precies het tegenovergestelde van Marcus Antonius: 18 jaar oud, geordend, en soms zelfs wreed. Ondanks deze verschillen sloten de mannen toch een overeenkomst.
43     Het 2e Triumviraat bestaat uit Marcus Antonius, Octavianus en Lepidus (voor het geld). Hun doel was om de samenzweerders die Caesar hadden vermoord een koekje van eigen deeg te geven. Hier slaagden ze ook in. In 42 werd de Slag bij Philippi gevochten (en gewonnen). De samenzweerders waren dood en de Romeinse wereld was voor het 2e Triumviraat.
Ze verdeelden de Romeinse wereld in drie delen: Africa, het Westen en het Oosten. Het was meteen duidelijk dat Lepidus naar Africa mocht. Hier zou hij niets uit kunnen voeren. Het Westen, met de stad Rome, en het Oosten, waar het graan vandaan kwam, bleven over. Na wat discussie kwam men eruit dat Octavianus het Westen kreeg, en Marcus Antonius het Oosten.
In het Oosten was Marcus onder de indruk. Niet alleen van het land Egypte met haar Farao’s, en de stad Alexandrië, met zijn brede met goud en edelstenen bekleedde straten, maar ook van Cleopatra. Zij kregen samen een bond. Marcus werd als het waren een ‘Oosterse’ Romein, iets wat men in Rome maar niets vond.

Toen Marcus een triomftocht in Alexandrië, was de emmer vol. Het houden van een triomftocht was een typisch Romeinse hobby die alleen in Rome uitgevoerd kon worden. Met je vierspan reed je de vaste route, met je buit achter je. Aan de kant zwaaiden mensen met vlaggetjes (die ze toen nog niet hadden). Het was een heus gebeuren.
31     Octavianus maakte hier gebruik van om zijn positie te verstevigen, en hij startte een oorlog tussen de twee werelden (West en Oost). Deze won hij relatief snel bij de Slag bij Actium. Al na een paar uur was het duidelijk dat Marcus en Cleopatra het wel konden schudden. Beiden vluchtten terug naar Egypte. Octavianus belegerde hier Alexandrië.
Toen Marcus hoorde dat Cleopatra zelfmoord had gepleegd, stortte hij zich in het midden van de stad in zijn zwaard. Dit was echter niet waar; Cleopatra leefde nog. Ze probeerde het nog even met Octavianus, maar het mislukte. Ze sloot zich maar op in het Mausoleum . Hier wilde ze zelfmoord plegen, maar Octavianus voorkwam dit. Hij bracht haar keurig netjes te eten en zorgde dat er geen wapen bij haar in de buurt kwam. Cleopatra, die het echt niet meer wilde, vroeg haar slavin een mand met vijgen te brengen. Onder deze vijgen verstopte ze adders, die uiteindelijk Cleopatra vermoordden. Hij maakt Egypte gelijk zijn privébezit. Octavianus heerst over het Romeinse Rijk, wordt de eerste keizer, en de Republiek is voorgoed ten einde.
28     Octavianus ontvangt van de senaat de titel Princeps Senatus (de belangrijkste van de senaat). Hiermee hield hij de res publicae in stand. Een jaar later, in 27, ontvangt hij de titel Augustus (augēre = vergroten, dus de Verhevene).
Augustus werd veel bekritiseerd, maar bovenal geprezen: onder zijn bewind heerste er vrede in orde in het Rijk. De deuren van de poort van Ianus werden drie keer gesloten, iets wat alleen gebeurde als er overal – op land en zee -  vrede heerste. Deze vrede staat bekend als de Pax Romana (of de Pax Augusta).
Augustus heeft meer titels gekregen, waaronder Primus inter Pares (de Eerste te midden van Gelijken). Ook werd hij Princeps Civitatis (de Belangrijkste van de Burgerij) genoemd. Deze titel zien we terug in de naam van deze regeringsvorm: het principaat.
De bedoeling was dat Rome een nieuwe uitstraling kreeg; zowel materieel als moreel. Dit morele element noemde hij pietas, iets wat lastig te vertalen is maar in de buurt komt van ‘vroomheid’. Het doel was om de virtutes (Romeinse Deugden) van het begin van Rome te herstellen. Hierbij hoorde onder andere een nieuwe huwelijkspolitiek waarin men niet meer kon scheiden. Ook werd Augustus, die zichzelf Divi Filius kon noemen, een god in het Oosten (iets wat daar heel gebruikelijk was).
Kunst en literatuur bloeiden tijdens Augustus’ bewind. Maecenas (een medewerker van Augustus) stelde een aantal dichters vrij om zich geheel aan de poëzie te wijden. In deze kring zaten onder andere Vergilius en Horatius. Livius schreef zijn Ab Urbe Condita (142 boeken over de geschiedenis van Rome). Ook bloeiden de architectuur en beeldhouwkunst, beiden bedoeld om de keizerlijke macht aan te geven. Een voorbeeld is de Ara Pacis Augustae (Altaar van de Pax Augusta), waarin reliëfs mythologische taferelen afbeelden.

Na Christus

Niet alleen hervormde hij de uitstraling, maar ook het leger. Hij zorgde ervoor dat er constant 28 legioenen bewapend waren. Één legioen had ongeveer 6000 man, dus in totaal waren er
168 000 man gereed om de limes (staatsgrenzen) te verdedigen.
9       Drie legioenen wagen zich, onder leiding van Varus, over de Noordelijke grens. Dit hadden ze beter niet kunnen doen, want ze werden bij het Teutoburgerwoud verpletterend verslagen. De Romeinen verloren hier hun Aquilae (Adelaars). Het was het grootste dieptepunt in het leven van Augustus.
Al sinds hij keizer was kwakkelde Augustus met zijn gezondheid. Daarom begon hij vroegtijdig met het zoeken van een erfgenaam. Augustus had een vrouw die Scribonia heette. Maar op de dag dat zij hun dochter, Iulia, baarde, scheidde hij van haar. Hierna trouwde hij met Livia.  Één probleempje: Livia was zwanger toen ze met Augustus trouwde. Zoals een kinderversje bezong: ‘Alleen de gelukzaligen bevallen na drie maanden!’ Uit deze bevalling kwam een zoon, Tiberius.
Om zijn bloedlijn door te zetten, moest Augustus’ dochter, Iulia, trouwen met een zekere Marcus Agrippa. Dit leverde Augustus twee kleinzonen op, Lucius en Marcus. Livia, die haar zoon Tiberius op de troon wilde hebben, vond dit niet zo leuk en rommelde met wat vergif, totdat er geen kleinzonen meer waren.
Op een gegeven moment was er geen hoop meer. Alleen Tiberius was over. Daarom moest hij maar met Iulia trouwen. Al dit geschuif maakte haar niet erg tevreden en ze ‘werkte’ heel wat senatoren af. Dit was natuurlijk tegen de regels, die Augustus zelf op had gesteld, en ze werd verbannen naar het eilandje Pandateria.
Toen Augustus’ testament (met Tiberius als opvolger) bij de Vestaalse Maagden in ‘bewaring’ werd genomen, besloot Livia na het horen van het nieuws Augustus te ‘helpen’.
Eer was een probleem: Augustus had door dat iedereen na het eten stierf. Daarom had hij heel wat voorproevers. Livia heeft daarom een list bedacht: Augustus had een geliefd vijgenboompje in de tuin staan. De helft van de vijgen smeerde ze in met vergif. Toen ze met haar man aan het wandelen was, pakte ze er een en at hem op. Ze vroeg haar man: ‘Wil je ook?’ en hij nam aan dat het veilig was. Livia plukte een vergiftigde vijg en gaf hem aan haar man. In 14 stierf de beste man op 41 jarige leeftijd.       

Het Julisch-Claudistische Huis

14     Tiberius wordt keizer. Met hem begon het Julisch-Claudistishe Huis. Tiberius was een norse man die gewend was aan het soldatenleven. Hij was een goede keizer, maar zijn relatie met de senaat stond op gespannen voet.
37     Tiberius wordt opgevolgd door Caligula (soldatenlaarsje), zijn achterneef. Deze man was, om het zo maar te zeggen, gek. Hij verklaarde zichzelf een god, en was van plan om zijn favoriete paard een consul te maken. Ook liet hij zijn soldaten met de oceaan vechten! Zijn motto, oderint, dum metuant (laat ze me maar haten, zolang ze maar bang voor me zijn) was erg toepasselijk. Er heerste willekeur: niemand was zijn leven zeker.
41     Caligula wordt vermoord. Het enige overgebleven familielid volgt hem op. Van Claudius was bekend dat hij geestelijk niet helemaal goed was (hij stotterde, liep mank en was lichtelijk spastisch), maar toch werd hij door zijn tijdgenoten beschouwd als een goede heerser. Hij besteedde aandacht aan de provincies en voegde Brittania toe aan het rijk. Ook hij had een slechte relatie met de senaat. Deze dachten namelijk dat hij teveel onder de invloed stond van zijn adviseurs, vrijgelaten slaven (liberti). De senaat zag hun macht wegvloeien naar een stelletje slaven! Claudius’ liberti vertelden hem onder andere zijn vrouw, Messalina, ter dood te veroordelen (dit was omdat zij nogal wat uitspattingen had). Nadat dit was gebeurd trouwde hij met zijn nicht Agrippina. Ze bracht een zoon: Nero. Nadat ze Claudius (voor een tweede keer) had vergiftigd, kwam Nero aan de macht
54     Nero is 16 jaar oud. De eerste jaren van zijn bewind werden uitgevoerd door zijn adviseurs (waaronder Seneca). Maar ook Agrippina wilde Nero beïnvloeden. De kloof tussen moeder en zoon werd steeds groter en uiteindelijk laat Nero haar in 59 vermoorden. Nero zelf was een debiel. In 64 werd Rome getroffen door een enorme brand, die dagenlang woekerde. Men zegt dat Nero hem zelf aan heeft gestoken, want op de open ruimte bouwde hij zijn kolossale paleis.
Het vierkeizerjaar
68     Men is Nero zat. Hij wordt vermoord en Galba, een gouverneur, wordt keizer. Hij was daar gekomen door steun van de praetorianen (keizerlijke garde), maar dit duurde niet lang meer. Hetzelfde jaar werd Otho keizer. Ondertussen hadden legioenen in Germania Vitellius tot keizer uitgeroepen. En in het Oosten werd Vespasianus tot keizer benoemd. Hij slaagde erin zich te handhaven.
De Flavische Dynastie
69     Titus Flavius Vespasianus is keizer. Hij krijgt het weer rustig, en de financiën komen. weer op orde. Vespasianus is het bekendst van één van zijn bouwwerken, het Colosseum.
79     Toen hij stierf, volgde zijn zoon Titus hem op. Deze hield het echter geen drie jaar vol.
81     Domitianus volgt zijn broer Titus op. Hij vertoonde dictatoriale neigingen en liet zich Dominus et Deus noemen. Hij teisterde de senaat met processen van majesteitsschennis en de daarbij horende inname van bezittingen en terdoodveroordelingen.
96     Domitianus wordt vermoord en opgevolgd door de bejaarde senator Nerva.

 

De Adoptiefkeizers

98     Nerva had een zoon geadopteerd, de militair Trajanus. Deze volgde hem na Nerva’s dood op. Een nieuwe traditie was gezet: keizers zouden tijdens hun leven een opvolger keizen. Deze opvolger was vaak een populair en bekwaam figuur. Tijdens het bewind van Trajanus bereikte het Rijk zijn grootste omvang.
117   Hadrianus volgde Trajanus op,
138   Antonius Pius op zijn beurt weer Hadrianus en
161   Marcus Aurelius verbrak de traditie van de adoptie. Zijn zoon, Commodus, wordt zijn opvolger.
180   Commodus wordt keizer en de dagen van Nero lijken terug te zijn gekomen. Hij vertoonde zich als gladiator en schoot met pijlen op kreupele mensen die als slangen waren gekleed, of hij knuppelde vastgeboeide gevangenen dood. Hij wordt in 192 door een beroepsworstelaar vermoordt.
De Dynastie van de Severi
193   Na Commodus’ dood eindigde een periode van lange rust. Opnieuw brak er een strijd uit om het keizerdom, welke gewonnen werd door Septimius Severus. Hij en zijn opvolgers hadden te maken met een toenemende druk aan de grenzen, vooral van de Germanen en de Perzen. Toen de dynastie uitstierf ging het volledig mis.

De Soldatenkeizers

235   Overal was oorlog, de economie ging achteruit en er waren talloze keizers en tegenkeizers. De keizers steunden alleen op legers, en daarom wordt deze periode ook wel die van de Soldatenkeizers genoemd.
284   Diocletianus slaagt erin de macht in handen te krijgen. Hij voerde vergaande hervormingen door, bijvoorbeeld het splitsen van het (onderhand iets te grote rijk) in het Westen en het Oosten.

Het einde nadert …

306   Constantinus wordt in Eboracum (York) tot keizer benoemd. Na een paar vijanden overwonnen te hebben had hij alleenheerschappij over het gehele rijk. Hij werd bekend als Constantijn de Grote. Hij is bekend van zijn triomfboog in Rome, of als stichter van Constantinopel (Istanbul) als hoofdstad van het Romeinse Rijk. Maar hij is vooral bekend als degene die het Edict van Milaan vervaardigde, waarmee volledige godsdienstvrijheid over het hele rijk van toepassing was.
380   Onder leiding van Theodosius wordt het Christendom de enige staatsgodsdienst. De overige religies worden verbannen en bestreden. Het Westen en het Oosten raken steeds meer van elkaar verwijderd.
476   Door de volksverhuizingen lukt het de Romeinen niet meer de Germanen buiten de grenzen te houden. De laatste Romeinse keizer wordt afgezet. Een Germaanse generaal, Odoaker, roept zich uit tot Germaanse koning van Italië.
1453 Het Oost-Romeinse Rijk hield het uit tot het einde van de Middeleeuwen, toen de hoofdstad, Constantinopel, door de Turken werd ingenomen.

Appendix I

De Juliaanse Kalender
Caesar voerde een nieuwe kalender in, de Juliaanse Kalender. De kalender was gepikt van Egypte, waar ze het jaar baseerden op de Zon. Ook kenden ze daar een schrikkeljaar. Tegenwoordig gebruiken we de gecorrigeerde variant hiervan, de Gregoriaanse Kalender (Het verschil? Elk jaar dat deelbaar is door 4 een 100 is geen schrikkeljaar, behalve als het ook deelbaar is door 400). Dit is echter niet zo lang: ten tijde van de Oktoberrevolutie gebruikten ze in Rusland nog de Juliaanse Kalender (in Nederland was het namelijk al november).
De Kalender was gebaseerd op een week van 7 dagen:
Dag                      Latijn                   Germaans
maandag             Luna                    (Maan)
dinsdag               Mars                    Tiw
woensdag            Mercurius           Wodan
donderdag          Jupiter                 Thor
vrijdag                 Venus                   Freya
zaterdag              Saturnus              (Saturnus)
zondag                Sol                       (Zon)
De 7 dagen waren er al bij de Sumeriërs (4000 v. Chr. in Mesopotamië). Zij hielden op zondag een rustdag, omdat die dag ‘eng’ was. Ze geloofden namelijk dat de planeten uit balans waren.
In het begin van de republiek waren er maar 10 maanden van 30 dagen. Dit werd later gecorrigeerd door Januari en Februari toe te voegen. Een overzicht:
Maand                Latijn                   Herkomst
Januari                Ianuarius             Ianus; deze tweekoppige god was van het begin en einde.
Februari              Februarius          febris = koorts
Maart                  Mars                    Mars ; de god van de oorlog.
April                    Aprilis                 apricus = zonnig
Mei                      Maius                  Maia; de godin van de groei
Juni                      Junius                  Juno; de vrouw van Iupiter
Juli                       Quintilis              quinque = 5 (de inspiratie was op)
Augustus             Sextilis                 sex = 6
September          Septilis                 septem = 7
Oktober               Octobris              octo = 8
November           Novebris              novem = 9
December            Decembris           decem = 10
Later maakte Caesar Quintilis, zijn geboortemaand, tot Iulius (naar hemzelf natuurlijk). Zijn opvolger Augustus maakte de volgende maand, Sextilis, tot Augustus.
De Romeinen kenden geen voor of na Christus, aangezien die er toen nog niet was. In plaats daarvan zeiden ze: ‘Toen Gerrit koning was’, of ‘Toen Piet en Henk consul waren’. Hier gaat natuurlijk een ablativus absolutus bij.

    In Rome was een dictator iemand die in tijden van crisis werd aangesteld door de senaat. Hij kon 6 maanden lang besluiten maken zonder rekening met andere magistraten te hoeven houden.

    Het woord mausoleum komt van koning Mausollos. In zijn woonplaats, Halicarnassos, heeft hij namelijk een enorm praalgraf gemaakt. Het Mausoleum van Halicarnassos behoort tot een van de zeven wereldwonderen van de antieke wereld.

    Is het al te moeilijk? Appendix II bevat een uitgebreide stamboom.

    Waarom nou Mars? Oorlog was de nationale hobby. Echter werd oorlog in de winter gestaakt: in de lente begon het oorlogsseizoen weer. Dat is wat de Romeinen tijdens deze maand dus vieren.