Praesens

Het rijtje van de praesens is dus: De praesens wordt gevormd met de volgende regel:
Praesens stam +             (ik) -εις           (jij) -ει             (hij/zij/het) -ομεν        (wij) -ετε           (jullie) -ουσι(ν)     (zij)  
  De infinitivus wordt gevormd met de volgende regel:  
Infinitivus stam + -ειν            
   
  λύω ποιέω εἰμί  
Praesens ik maak los ik doe, maak ik ben  
ik λύω ποιῶ εἰμί  
jij λύεις ποιεῖς εἶ  
hij/zij/het λύει ποιεῖ ἐστί(ν)  
wij λύομεν ποιοῦμεν ἐσμέν  
jullie λύετε ποιεῖτε ἐστέ  
zij λύουσι(ν) ποιοῦσι(ν) εἰσί(ν)  
Infinitivus losmaken doen, maken zijn  
  λύειν ποιεῖν εἶναι  
 
  1. In de praesens zijn er dus twee afwijkende vormen van ποιέω. De vorm ποιοῦμεν is door samentrekking ontstaan uit ποιέ-ομεν (ε + ο = ου). De vorm ποιεῖτε is door samentrekking ontstaan uit ποιέ-ετε (ε + ε = ει). De andere vormen ontstaan ook door samentrekkingen, maar lijken onveranderd omdat de -ε- ‘versmelt’ met de uitgang, ποιῶ bijvoorbeeld ontstaat uit ποιέ-ω.
  2. De regels voor het contractiewerkwoorden zijn: ε + ε > ει ε + ο > ου ε + andere klank > andere klank

Griekse uitspraak van de dag